Niet teveel maar een beetje

Casper de kok legt Jamina, Berend en Alexander uit waarom ze juist vet nodig hebben om gezond te blijven.

‘Kom maar mee naar mijn keuken’, zegt de kok. ‘Vet’, legt hij dan uit, ‘is een belangrijke voedingsstof. Vet heb je nodig voor de groei. Zonder vet heb je geen energie en krijg je sommige vitamines niet binnen.
‘Maar van vet word je toch dik?’, roepen Yamina en Berend tegelijkertijd.
‘Van TE VEEL vet ja... Maar je wordt ook dik van te veel suiker of te veel spaghetti of te veel… nou ja, noem maar op, van alles wat TE VEEL is, word je dik.
EEN BEETJE vet is juist goed. EEN BEETJE vet bij het ontbijt zorgt dat je niet meteen om elf uur weer honger hebt. EEN BEETJE vet zorgt dat je energie hebt. EEN BEETJE vet zorgt dat je je schoolwerk goed kunt doen. EEN BEETJE vet zorgt dat je gezond blijft.’

Vetten heb je nodig


Vet heb je nodig, voor energie en vitamines.

Chips bij het ontbijt? ‘Aha,’ zegt Berend,‘dus voortaan chips bij het ontbijt?’
‘NEEEEEEE!’, roept Casper met zijn handen in het haar. ‘Ik ben nog niet klaar. Daarom staan we hier in mijn keuken. Kijk…’
Hij zet op tafel:
een kuipje margarine voor op de boterham,
een knijpfles bak- en braadvet,
een fles olijfolie.
‘Dat zijn nou gezonde vetten: vloeibare en zachte vetten. In koekjes en chips en volle melk zitten die bijna niet. Daarom kun je die beter laten staan. Jammer, want ze zijn wel lekker.

Om je lekker te voelen en gezond te blijven, moet je niet iedere dag hetzelfde eten. En ook niet iedere dag hetzelfde níet eten…
VARIATIE is het toverwoord.
Eet van alles wat, maar van niks te veel.’
Aan de muur van de keuken hangt een poster. Op die poster staat de Schijf van Vijf en op die schijf staan etenswaren.
‘De truc is’, zegt Casper, ‘dat je iedere dag uit ieder vakje iets moet eten. Ook dus uit dit vakje.’